huis X
Ook bij het bouwen van een nieuwe woning is er, naast de genius loco, een geschiedenis.

In het modernisme is een breuk gemaakt met de architectuurtraditie, met de vertrouwde typologieën en (klassieke) stijlkenmerken. Architectuur ging begin twintigste eeuw in navolging van de schilderkunst over naar abstracte vormen en volumes. Rietveld, Le Corbusier, Mies van der Rohe. Dat heette toen het ‘einde van de kunstgeschiedenis’ te zijn, ‘onversierde geometrie’ was het eindstation voor de architectuur. Nieuwe bouwtechnieken lieten dat ook toe. Zie Le Corbusier’s ‘pilotis’ (ronde kolommen dragen de vloeren), ‘plan libre’ (dat leidt tot een open plattegrond), ‘fenêtre en longeur’ (lintramen), ‘façade libre’ (in een vrij in te vullen gevel)’.

Enkele architecten bleven wèl werken met de architecturale principes. Bijvoorbeeld Adolf Loos zwoer overbodig ornament wel af maar gooide het architectuurlexicon niet overboord. (Draag)muren bleven een rol spelen, ook om zijn ‘raumplan’ mogelijk te maken (ruimtelijke verschuivingen, ook in de hoogte). Ramen zijn bij Loos perforaties in de gevel, die een duidelijk onderscheid maken tussen buiten en binnen. Zijn interieurs kregen een warme aankleding.

Pas met het postmodernisme is terug aansluiting gezocht met de architectuurgeschiedenis, maar ondertussen is dat pad alweer verlaten. Ons Huis X probeert zich wèl terug in te schrijven binnen de gekende vormelijke typologieën. Transitie maar binnen de traditie. Verleden en toekomst kunnen op die manier met elkaar in dialoog zijn.

Van bij de start zijn alle elementen van het huis opgebouwd volgens de gulden snede, zoals veel klassieke architectuur. Of zelf bij moderne architectuur, als we bijvoorbeeld kijken naar het Barcelona Paviljoen van Mies van der Rohe. Maar onze vormgeving blijft niet abstract en is schatplichtig aan wat er voor ons is geweest. Met herkenbare typologieën die tot het collectieve geheugen behoren.

Bovenop het raumplan is het diagoonprinciepe van Herman Herzberger toegepast. Dat brengt maximale (diagonale) perspectieven, terwijl de woning toch compact is. Het volume toont zich stedelijk in de variatie, maar ook niet stedelijk en autonoom. Een beetje zoals de 'Garden Cities Of Tomorrow' van Ebenezer Howard.