gesprek met de ruimte
Waar is onderweg?

in Onderweg
Ze staan. Zij aan zee.

naar Onderweg
Ze zitten. Hij staat. Waar blijft de zee?

snel Weg
Begint met een simpele gedachte.
Waar is onderweg?

Ze staan. Zij aan zee.

Ze zitten. Hij staat. Waar blijft de zee?

Begint met een simpele gedachte.